Heeft u beroepsgeheim? Een situatie met een cliënt die ik niet eerder bij de hand heb gehad (Blog)

Door Jeanet Godeke, consulent MEE

Heeft u beroepsgeheim? Dat was de vraag die een cliënt mij stelde midden in het gesprek dat we samen hadden. Poeh, wat geef ik daar voor antwoord op…….mijn hersenen gaan snel alle opties langs en uiteindelijk antwoord ik, dat het er vanaf hangt wat hij mij gaat vertellen.

Hij kiest ervoor om mij, via een aantal omwegen, duidelijk te maken dat hij een wapen in huis heeft. Ik vraag hem waarom dit is en wat hij van plan is te doen met dit wapen Als hij vertelt dat het is om zijn ex iets aan te doen en daarna ook zichzelf, geef ik hem terug dat ik me afvraag of dat de juiste manier is om met zijn haat jegens zijn ex om te gaan.

Niet alleen vanwege het welbevinden van zijn ex, maar bovenal omdat ik voor me een jongeman zie die aangeeft nog niet klaar te zijn met het leven en juist naar het gesprek met mij is gekomen om te onderzoeken wat er mogelijk is om zijn leven op de rit te krijgen. Daarvoor heeft hij verteld dat hij hopeloos is en niet meer weet hoe hij verder moet. Hij slaapt slecht, is ontzettend moe, merkt dat hij dingen gaat vergeten op zijn werk en een steeds korter lontje krijgt. Daarnaast gebruikt hij meerdere soorten drugs, heeft hij grote schulden (niet door zijn toedoen ontstaan) en heeft hij geen eigen huis. Uitzicht op een leven waar hij van droomt; huisje, boompje, beestje, heeft hij niet.

Gedurende het gesprek spelen de vraag van deze man (heeft u beroepsgeheim?) en het wapen, door mijn hoofd. Het zit me niet lekker en ik weet niet precies hoe te handelen in deze situatie. Dit heb nog niet eerder bij de hand gehad. Wel heb ik jarenlange ervaring in de cliëntondersteuning én hulpverlening en weet ik (door schade en schande) hoe belangrijk het is om bespreekbaar te maken wat zich nu ín mij afspeelt en hier open over te zijn. Vooral ook gelet op de openheid die deze man naar mij toont en de motivatie om zijn leven een andere wending te willen geven. Verder heb ik me tijdens het gesprek geen moment bedreigd of onveilig gevoeld en zie ik een samenwerking met hem zitten.

Aan het eind kom ik op zijn vraag terug. Ik vertel hem dat ik dit binnen MEE bespreekbaar moet maken. Diezelfde dag heb ik een intervisiebijeenkomst met mijn collega’s. Ik zeg hem toe dat ik deze situatie anoniem zal inbrengen en dat ik hem op de hoogte houdt over het vervolg. Dat als ik acties moet uitzetten of als het niet meer anoniem kan blijven, dat ik hem dit zal laten weten. Hij knikt dat hij dat begrepen heeft en zo gaan we uit elkaar.

Tijdens mijn intervisie wordt al snel duidelijk dat mijn collega’s ook vinden dat ik wel degelijk iets moet met wat mij verteld is. Diep van binnen weet ik dit, maar het allerliefst had ik gehad dat er was gezegd ‘nee joh, hier hoef je niets mee’. Waarom? Omdat ik geen idee heb welke kant dit op gaat en ook omdat ik compassie voel voor de man die ik gesproken heb. Ik gun hem een ander leven en zie mogelijkheden om de ommezwaai te maken.

Ik heb meer back-up nodig, dus ik mobiliseer mijn leidinggevenden en gedragsdeskundige. Zij geven mij terug dat ik, na de sessie met mijn intervisiegroep, prima weet wat te doen en dat ze op de achtergrond bereikbaar zullen blijven voor overleg. Ik voel me gesteund door al deze meedenkkracht!

Mijn volgende stap is dat ik contact opneem met de politie en vraag naar de wijkagent. Deze is niet bereikbaar en ik word doorverbonden naar de wachtcommandant. Nadat ik de situatie heb toegelicht, vraagt hij mij wat er zal gebeuren als zij nu naar het huis van mijn cliënt gaan om daar het wapen te gaan zoeken. Ik geef aan dat ik dit ingewikkeld vind, omdat ik met de cliënt heb afgesproken dat ik het anoniem bespreekbaar maak en hem zal inlichten als er stappen gezet moeten worden. Daarnaast is het 1 op 1 herleidbaar dat deze melding van mij af komt. Op dat moment merk ik dat ik (ondanks mijn onderbuikgevoel dat deze cliënt oké is) niet kan inschatten wat deze actie voor gevolgen voor mij zou kunnen hebben (kan hij mij herleiden, komt hij dan naar mij toe, etc.).

De wachtcommandant geeft aan dat hij dit snapt en samen met mij wil kijken wat er wél kan en wil aansluiten bij hoe ik het tot nu toe heb aangepakt met deze man. Whow, wat geweldig!! Dat is nog eens aansluiten en samenwerken! Het alternatief dat hij geeft is dat de cliënt het wapen ergens gaat neerleggen op een plek waar weinig mensen zijn en uit het zicht. Als hij dit gedaan heeft kan mijn cliënt Meld Misdaad Anoniem bellen en aangeven waar het wapen ligt. Vervolgens zal de politie deze plek gaan checken of het wapen er ligt en mij hiervan op de hoogte stellen. We spreken af dat er tijden met mijn cliënt afgesproken moeten worden, zodat als hij zijn wapen toch niet wegbrengt, ik alsnog een melding (met naam/adres) bij de politie moet gaan doen aan het eind van de dag.

Na deze afstemming met de politie bel ik mijn cliënt op. Ik geef aan dat ik bel naar aanleiding van het gesprek en dat ik daar een man gezien heb die diep zit, maar ook de intentie heeft om met zijn leven aan de slag te gaan. Hij beaamt dat dit zo is. Ik benoem dat we de afspraak hebben gemaakt dat ik hem op de hoogte houd over wat te doen met datgene wat hij mij verteld heeft. De stappen die gezet zijn licht ik toe en ook het voorstel dat er ligt om het wapen anoniem in te leveren bij de politie. ‘Dat is prima’ hoor ik hem zeggen. Ik ben enigszins verbaasd over de snelheid en zekerheid waarmee hij dat zegt.

Wel heeft hij vragen over het hoe dit doen en samen bespreken we hoe hij hier uitvoer aan kan geven. Ook spreken we een tijd af waarop dit alles door hem gerealiseerd moet zijn die avond. Dat ik mijn telefoon aan houd, zodat we ook die avond contact kunnen houden. Hij klinkt opgelucht en ik heb er vertrouwen in dat hij zijn woord nakomt. Al is daar ook een stemmetje met ‘je weet maar nooit’ en ‘eerst zien dan geloven’.

Die avond merk ik enige spanning bij mezelf over hoe het gaat verlopen. Toch heb ik geduld en wacht ik tot hij contact met mij opneemt en niet andersom. Rond de afgesproken tijd is daar het appje dat hij het wapen nu weg gaat brengen. Ik reageer terug met een duimpje. Even later gaat de telefoon, het is mijn cliënt, hij heeft het wapen weggelegd en Meld Misdaad Anoniem gebeld, maar die hebben hem doorverbonden met de plaatselijke politie. Hij is daar zo van geschrokken dat hij de verbinding heeft verbroken en nu niet meer weet of hij dit nog wel wil doen. Het liefst brengt hij het wapen terug naar de daadwerkelijke eigenaar. ‘ik snap helemaal dat je geschrokken bent en hebt opgehangen’ zeg ik. Dit was niet hoe we het hebben doorgesproken, dus onder de spanning waarin hij nu zit, snap ik zijn reactie volledig.

Ik vraag aan hem hoe weet ik zeker dat hij dat wapen naar de eigenaar brengt. En dat ik het toch een prettig idee vindt als dat wapen bij de politie is. Mijn cliënt geeft mij terug wat hij nog meer kan doen om aan te geven dat hij te vertrouwen is, dan wat hij nu doet ‘contact met mij opnemen en onderhouden gedurende deze situatie’? ‘Je hebt helemaal gelijk” geef ik hem terug en ook dat ik het prettig vindt dat we dit ‘samen’ doen. Ik vraag wat hij nodig heeft om toch door te zetten en het wapen weg te leggen. Hij geeft aan nog wat vragen te hebben voor de politie. Ik zeg hem toe dat ik deze met de politie ga bespreken en hem daar over terugbel. Met de antwoorden van de politie neem ik even later weer contact met hem op en (gelukkig!) is hij bereid zijn wapen wederom weg te leggen en te bellen.

Vol spanning wacht ik het volgende contact af. Daar is een appje ‘welk nummer moest ik nu bellen’, ‘dat 0800 nummer’ geef ik aan, ‘maar die zeggen weer dat ik 09008844 moet bellen. Ik word hier heel zenuwachtig van’ geeft mijn cliënt op de app aan. Ook nu snap ik de reactie van mijn cliënt en ben ik ‘bang’ dat hij gaat afhaken. Het is klaar vind ik! Dit duurt te lang!

Ik laat mijn cliënt weten dat hij mij de locatie van het wapen mag appen en dat ik deze aan de politie zal doorgeven. Dit had ik ook al met de politie doorgesproken als uiterste actie. Pling, pling …….daar staat het … dé locatie van het wapen. Ik neem contact op met de politie en geef dit door. Ondertussen is het bijna middernacht en mijn collega’s die nog steeds als back up betrokken zijn,  geven voorzichtig naar mij aan of ik misschien toch niet ‘in het ootje genomen wordt. Maar ik kan én wil dit niet geloven gelet op het contact dat ik met deze man heb.

Uiteindelijk komt er de uitspraak van de politie ‘het wapen is gevonden, het was een terechte melding’. Yes wat een opluchting. Hij is zijn wapen kwijt en kan zijn energie nu steken waarmaken van zijn droom.  Én wat ben ik blij dat mijn beeld klopt van deze man en onze samenwerking kunnen voortzetten. Snel bel ik hem op en ook bij hij klinkt opgelucht. ‘Dank je wel voor de samenwerking’, ‘ontzettend knap dat je hebt volgehouden en in contact bent gebleven’ geef ik hem terug. ‘Dat komt ook omdat jij steeds reageerde’ geeft hij mij terug.

We maken een afspraak voor 3 dagen later om elkaar te zien. Tijdens het gesprek vraagt hij heel voorzichtig aan mij ‘of ik gedacht heb wat is dat nou voor rare, criminele man?’, ik geef hem terug dat ik me geen moment onveilig heb gevoeld en dat ik er steeds vertrouwen in heb gehad dat dit goed zou aflopen. Met een trillende onderlip en een kleine glimlach op zijn gezicht kijkt hij mij aan. Het lijkt of hij geraakt en trots is dat hij dit terugkrijgt en het hem een boost geeft in zijn zelfvertrouwen. We gaan verder met het gesprek over welke stappen hij gaat zetten om zijn droom te verwezenlijken.

Moraal;
Er is lef getoond, door zowel de cliënt om dit te vertellen, door politie om zo aan te sluiten en door mij om naast de cliënt te blijven staan en hem te ondersteunen bij de eerste belangrijke stap om zijn leven weer op te pakken: het wapen wegdoen. Dit is essentieel, omdat het feit dat het wapen weg is ruimte creëert om over andere opties na te denken om zijn leven op te pakken. Door de juiste stappen te nemen, navraag te doen bij collega’s, naast de cliënt te staan, hem de regie en het vertrouwen te geven is de basis gelegd voor een nieuwe toekomst voor deze man.

 

 

Contact