Auteur archief

Bewonersavonden in Apeldoorn Zuid

20, feb, 2020

Zuid doet Samen organiseert bewonersavonden voor de inwoners van Apeldoorn Zuid.  Wat heeft u de komende jaren van ons nodig om prettig te kunnen leven? Dat willen wij graag van u horen! De gemeente wil dat wij een plan maken over welke hulp en ondersteuning de komende drie jaar in Apeldoorn Zuid geboden moet worden.
Daarvoor willen wij weten waar u behoefte aan heeft. Wat heeft u van ons nodig op bijvoorbeeld het gebied van zorg, contacten leggen, opvoeden, werk en financiën? Dat horen we graag van u!

Kom daarom naar één van de bewonersavonden en praat mee! Op deze avond gaan we aan de hand van verschillende thema’s in gesprek over wat u van ons nodig heeft. Aanmelden is niet nodig. We spreken u graag, ook namens MEE Veluwe

Wanneer en waar?

VN verdrag voor mensen met een beperking

03, okt, 2016

Patrick Schmidt, Medewerker projecten bij MEE IJsseloevers en MEE Veluwe

Hoe pakt het VN Verdrag voor mensen met een beperking in de praktijk uit?

In dit blog zoom ik graag in op het VN-verdrag voor mensen met een beperking, waar Nederland zich per 14 juli 2016 aan geratificeerd heeft. In dit verdrag is afgesproken dat alle overheden, bedrijven en organisaties in Nederland ervoor moeten zorgen dat ze fysiek en voor wat betreft de dienstverlening toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Dat de Nederlandse regering zich gecommitteerd heeft aan dit VN-verdrag vind ik een goede zaak. Maar voordat wij dit VN-verdrag in Nederland volledig tot uitvoering kunnen brengen hebben we nog een lange weg te gaan.

Openbaar vervoer
Ik heb zelf een lichamelijke beperking waardoor ik volledig rolstoel gebonden ben. Dagelijks merk ik, zowel privé als in mijn werk, dat de toegankelijkheid voor mensen met een beperking goed geregeld is maar dat het nog beter kan.

Zo heeft in de afgelopen jaren het openbaar vervoer bijvoorbeeld een grote stap voorwaarts gemaakt. Tegelijkertijd zijn wij er in Nederland nog niet in geslaagd om de perrons zo te maken, dat iemand met een rolstoel in en uit de trein kan zonder gebruik te hoeven maken van de assistentieverlening. Dat blijft mij verbazen.

Toegankelijkheid van gebouwen
Als we kijken naar de fysieke toegankelijkheid van openbare gebouwen in Nederland valt er ook nog een duidelijke slag te maken. In veel gebouwen of op de toegangswegen, zijn er obstakels die ervoor zorgen dat mensen met een beperking hulp moeten vragen. Dat zou niet nodig zijn wanneer de openbare voorzieningen beter afgestemd zouden zijn op mensen met een beperking.

Denk bijvoorbeeld aan een veel te steil pad dat je moet nemen om bij een kantoor te komen. Of deurbellen die zo hoog hangen dat je er vanuit je rolstoel niet bij komt. Ook in de gebouwen zelf kom je vaak niet overal bij. Denk hierbij aan kasten of keukenblokken die te hoog zijn waardoor je niet bij de kopjes en de koffieautomaat komt.

Invalidetoilet als extra magazijn
Op de openbare plekken waar ik kom, maak ik het helaas vaak mee dat er wel een invalidentoilet is, maar dat dit toilet gebruikt wordt als een extra magazijn. Het staat volgepropt met spullen. Het gevolg is dat het niet meer gebruikt kan worden als invalidetoilet omdat je er met je rolstoel niet meer in komt. Dan moet je er als bedrijf of instelling geen bordje invalidentoilet op zetten. Plak er dan een bordje “extra magazijn” op. Ik roep alle bedrijven en instellingen in Nederland op om in het kader van het VN-verdrag dit soort faciliteiten te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn.

Begrijpelijke formulieren
Buiten de fysieke toegankelijkheid behelst het VN-verdrag ook dat de dienstverlening van bedrijven, overheden en instellingen toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. Denk bijvoorbeeld aan formulieren die digitaal ingevuld kunnen worden. Dit zou op sommige punten zeker nog meer en vooral makkelijker kunnen. De digitalisering heeft ons veel gebracht maar niet alle digitale platforms zijn voor mensen met een handicap te bedienen of te begrijpen. Het is daarom van belang dat er meer geluisterd gaat worden naar mensen met een handicap om te kijken wat zij nodig hebben om beter gebruik te kunnen maken van digitale platforms zoals bijvoorbeeld DigiD.

Inzet ervaringsdeskundigen
Om ervoor te zorgen dat ervaringsdeskundigen met een handicap hier onder andere meer stem in krijgen, is MEE het project Ervaar MEE gestart. Een pool van ervaringsdeskundigen wordt ingezet naast de professionals van MEE. Vanuit het project gaan de komende maanden ervaringsdeskundigen op verzoek van verschillende gemeentes en bedrijven de toegankelijkheid binnen deze bedrijven en gemeentes testen. Zij kunnen advies geven waar de toegankelijkheid goed is en waar het nog beter kan om te voldoen aan het VN- verdrag.

Begin bij jezelf
Dit zijn natuurlijk hele mooie eerste stappen naar aanleiding van het VN- verdrag. MEE heeft zelf intern ook nog stappen te zetten om volledig te kunnen voldoen aan de eisen van het VN-verdrag. Wij gaan hier de komende maanden intern en extern heel hard mee aan de slag, zodat wij zelf het goede voorbeeld kunnen geven. En om bedrijven, instellingen en gemeentes ertoe te bewegen om hun toegankelijkheid voor mensen met een beperking te verbeteren.

Heel Nederland VN-proof
Het zal zeker nog een hele tijd duren voordat heel Nederland VN-proof is. Maar als iedereen hier het belang van in ziet, kunnen we ervoor zorgen dat uiteindelijk heel Nederland beter toegankelijk wordt voor mensen met een beperking. Ik ben ervan overtuigd dat er een dag komt dat heel Nederland voldoet aan dit VN-verdrag. In een volgend blog kijk ik graag met u terug op de stappen die MEE hierin de komende maanden gaat zetten.

Patrick Schmidt
Medewerker projecten bij MEE IJsseloevers en MEE Veluwe

Werken en hersenletsel – Janine Berger

11, jul, 2016

Janine Berger, gedragswetenschapper en trainer MEE IJsseloevers

De cijfers liegen er niet om. Jaarlijks krijgen zo’n 160.000 mensen NAH; Niet Aangeboren Hersenletsel. De oorzaken kunnen divers zijn. De gevolgen zijn regelmatig blijvend, onzichtbaar en daardoor onderschat of gemist. Veel van deze mensen waren gewoon werkzaam voor zij het letsel of de aandoening kregen. Ergens in het proces van herstel komt dan de vraag naar boven: kan ik mijn werk weer oppakken?

Dat gaat voor velen niet zomaar. Slechts 40% van degenen die werkzaam waren voor het letsel optrad, is na twee jaar weer aan het werk (bron: CBO Richtlijn NAH en Arbeidsparticipatie). Dat geeft aan dat de vraag niet alleen relevant is voor de werknemer zelf of de omgeving, maar ook voor werkgevers. Werk is voor veel mensen naast een bron van inkomsten ook een zinvolle bezigheid, een plezierige tijdsbesteding en het gevoel een bijdrage te leveren aan de samenleving. Het is dus om meerdere redenen van groot belang serieus te kijken naar de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer met NAH.

Langdurige gevolgen
Van NAH is bekend dat veel mensen nog lang, en soms blijvend, kampen met concentratieverlies en vermoeidheid. Ook het schakelen tussen taken of werken onder tijdsdruk gaat minder soepel dan voorheen, omdat de informatieverwerking trager verloopt. Denk ook aan sociale gevolgen: wellicht lukt het werken in een groot team of op een kamer met meerdere collega’s niet meer omdat dat te veel prikkels oplevert.

Gevaar van overschatting
Helaas zijn dit soort aspecten van functioneren aan de buitenkant niet af te lezen. Dat betekent soms een ingewikkelde beoordeling om te zien wat iemand nog kan, of iemand terug kan keren in zijn oude baan en welke aanpassingen er wellicht nodig zijn. Als je het al ziet. Want ook professionele beoordelaars blijken (volgens gegevens van de Hersenstichting) met enige regelmaat de plank mis te slaan. Dat leidt tot een overschatting van de werknemer met alle vervelende consequenties van dien.

Informatieve website
Voor iedereen die te maken heeft met de combinatie hersenletsel en arbeid is er sinds een kort een mooie, overzichtelijke en informatieve website in gebruik genomen, mogelijk gemaakt door de Hersenstichting: www.werkenmethersenletsel.nl. Hierin staat veel nuttige informatie voor werknemers, werkgevers en andere professionals die met dit onderwerp te maken hebben.

Herkennen en inschatten
Hersenletsel beter herkennen en inschatten levert veel op. Niemand van al de betrokkenen is immers gebaat bij vastlopende werksituaties, arbeidsconflicten of steeds weer moeten “verdedigen” dat bepaalde aanpassingen echt nodig zijn. Het gaat om een grote groep mensen, waarbij met creatieve oplossingen en aanpassingen veel mogelijk is. Dat begint met deskundigheid en een goede inschatting.

Hoe gaat het eigenlijk met jou? – Janine van Loenen

13, jun, 2016

 

Janine van Loenen – projectmedewerker en trainer team Training & Consultancy

 

Bij de lancering van het boek ‘ouder van mijn ouders’ tijdens het symposium op 25 mei in Nijkerk word ik vanaf het begin meegezogen in de ervaringsverhalen van normaal begaafde kinderen met (licht) verstandelijk beperkte ouders.

Het wordt mij meteen duidelijk dat deze mensen vandaag hun meest kwetsbare kant laten zien. In het VN Kinderrechtenverdrag is vastgelegd dat ieder kind recht heeft op een goede, veilige stimulerende opvoeding. Hoe gaat dat er aan toe als een kind opgroeit bij ouders met een verstandelijke beperking? In de verhalen van de ervaringsdeskundigen blijkt dat het er anders aan toe gaat en de impact is enorm als je kijkt naar de ontwikkeling en levens van deze ervaringsdeskundigen.

Wat mij aangrijpt in de verhalen die ik hoor is dat er in de meeste gezinnen veel aandacht was voor de ouders. (Jeugd) zorg was er voor vader en/of moeder, maar naar het kind werd niet altijd evengoed omgekeken. “Waar was ik” is een veelgehoorde uitspraak deze dag. Een dochter die aangeeft dat ze geleerd heeft om zich weg te cijferen. Dit kwam deels omdat ze haar moeder niet boos wilde krijgen (en daardoor geweld uit de weg ging) maar ook uit loyaliteit naar moeder toe. Wat had zij graag gehad dat er een hulpverlener naar haar toe was gekomen met de vraag ‘Hoe gaat het met jou?’ En de verscholen boodschap begrepen had in het sociaal wenselijk antwoord dat gegeven werd.

Sommige ervaringsdeskundigen vertellen dat ze vooral hebben geleerd hun emoties uit te schakelen, omdat je kans van overleven dan veel groter is. Deze ervaringsverhalen komen behoorlijk binnen bij mij. Is vanuit de hulpverlening of vanuit persoonlijke netwerken inderdaad ‘het kind’ goed genoeg gezien?

Koppelen onderwijzers, huisartsen en hulpverleners  bepaalde signalen ook aan een mogelijke verstandelijke beperking van de ouders? Weten we wel goed genoeg hoe hier mee om te gaan? Denken we te snel (ten onrechte) dat het kind een verstandelijke beperking heeft terwijl er alleen sprake is van een achterstand? Genoeg stof tot nadenken en ook de drive om hier daadwerkelijk wat mee te gaan doen. De werkgroep ‘Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking’ heeft vandaag in ieder geval een mooi doel bereikt. Uit de anonimiteit en deze (vergeten) doelgroep op de kaart zetten.  Vanuit de hulpverlening is het nu aan ons om ons hard te maken voor adequate begeleiding, preventie en begeleiding rondom dit onderwerp.

Bekijk ook de aflevering van Brandpunt “kind zonder jeugd” over Deborah en Rosita, beide opgegroeid met verstandelijk beperkte ouders.  Op hun achtste waren ze al verstandiger dan hun ouders.

Meer weten? Neem contact op met Janine van Loenen, M : 06 22961716 projectmedewerker en trainer team training & consultancy,  MEE Samen.

 

Voorkomen van schulden en professionele bewindvoering – Janine van Loenen

14, mrt, 2016

Janine van Loenen – projectmedewerker en trainer team Training & Consultancy

Het aantal mensen met een bijstandsuitkering en schulden neemt helaas jaarlijks toe. En ook de kosten van bewindvoering blijven stijgen. In sommige gemeenten zijn de kosten de afgelopen vier jaar zelfs verdubbeld. Beter en voordeliger is het om budgetbeheer vanuit het netwerk van mensen met een beperking te organiseren. Dat is echter niet altijd makkelijk. Soms leidt het onderwerp ‘geld’ tot onenigheid en wil men de relatie niet op het spel zetten. Helaas wordt er in die situatie dan toch gekozen voor een beschermingsmaatregel of professioneel budgetbeheer. Om schulden en toezicht van een professioneel bewindvoerder te voorkomen, traint MEE mensen uit het netwerk van cliënten die de rol van budgetbeheerder op zich willen nemen. Tijdens vier bijeenkomsten maken deelnemers kennis met beschermingsmaatregelen en krijgen ze o.a. informatie over bewindvoering en mentorschap. Ook het stelsel sociale zekerheid komt aan bod. Welke regelingen zijn er en hoe vraag je die aan? Er is vooral aandacht voor de relatie tussen de hulpvrager en zijn of haar naaste. Ook wordt er een professioneel bewindvoerder uitgenodigd tijdens één van de trainingsavonden. Desgewenst volgt MEE de deelnemers van de cursus na de training nog een jaar via terugkoppelingen en bijeenkomsten. Voor de hulpvragers bestaat de mogelijkheid om deel te nemen aan de training ‘Omgaan met geld’ en ‘Financiële weerbaarheid’ om meer financieel inzicht te krijgen.

Deelnemers
Deelnemers aan de training hebben verschillende achtergronden. Een aantal deelnemers uit de training:

  • Een ouder van een zoon die bijna 18 wordt. Deze ouder wil graag handvatten hoe om te gaan met de financiële begeleiding van zijn zoon als hij straks volwassen is en officieel zelf over zijn financiën moet gaan beslissen.
  • Een vader die geen officieel bewind voert over zijn dochter en schoonzoon. Hij behartigt hun financiële en administratieve belangen op een voor hen werkzame manier. De vader geeft tijdens de training aan dat het voor zijn schoonzoon belangrijk kan zijn om deel te nemen aan een training “Omgaan met geld”.
  • Een mevrouw wiens broer nog bij zijn ouders woont. Voor hem zal zij in de toekomst (als haar ouders er niet meer zijn) bewindvoerder zijn. Zij wil nu graag alvast inzicht in regelingen en financieel beheer voor de toekomst, wanneer zij de bewindvoering en mentorschap van haar ouders over gaat nemen.
  • Vrijwilligers die iets (willen gaan) doen voor hun medemens, bijvoorbeeld in de functie van een begeleider in de thuisadministratie. Deze vrijwilligers krijgen regelmatig te maken met mensen met schulden en/of financiële problemen. Zij hebben vooral vragen over wat ze wel of niet mogen doen voor de betrokkene.

Vinger aan de pols
Niet iedereen heeft zelfstandig grip op zijn of haar financiën en is daarin leerbaar. Deze mensen hebben iemand nodig die hen langdurig ondersteunt bij het beheer van hun financiën, anders raken zij in financiële problemen. Met hulp vanuit het netwerk is het mogelijk om veel langer zelfstandig blijven. Bijvoorbeeld iemand in het netwerk die een vinger aan de pols kan houden en kan bijspringen als er hulp nodig is. Vaak is hulp vanuit het directe netwerk ook doeltreffender dan het inschakelen van een professionele hulpverlener. Door het netwerk te ondersteunen bij deze taak, wordt de drempel om het budgetbeheer vanuit het netwerk te regelen lager. En dat is uiteindelijk een mooie winst voor iedereen.

Meer weten? Neem contact op met Janine van Loenen, M : 06 22961716 projectmedewerker en trainer team Training & Consultancy,  MEE Samen.

Vrijwilligerswerk mogelijk maken – Tini Doorenweerd

08, feb, 2016

Tini Doorenweerd, projectmedewerker team Training & Consultancy MEE IJsseloevers/MEE Veluwe

Het is een koude winterse dag en ik zit in de trein naar Almere. Op weg naar het projectteam dat zich bezighoudt met “Talenten samen benutten”. Ik heb er zin in! Na een wat moeizame start in de zomer – het werven van deelnemers stagneerde door de vakantieperiode – hebben we er allemaal plezier in om 10 mensen met een beperking te ondersteunen bij het zoeken en vinden van vrijwilligerswerk.

Hoe werkt dat in de praktijk
Samen met kenniscentrum Movisie ontwikkelde MEE IJsseloevers een training waardoor mensen met een beperking meer inzicht krijgen in de eigen capaciteiten en mogelijkheden als vrijwilliger. Dat is een eerste stap. Maar daarmee is er nog geen vrijwilligersbaan. De tweede stap is vrijwilligersorganisaties ontvankelijk maken voor een vrijwilliger met een beperking. We hebben hiervoor in Almere zo’n 15 vrijwilligersorganisaties uitgenodigd voor een themagericht vrijwilligerswerkcafé. Ondanks dat er nog veel vragen zijn, meldden drie organisaties zich aan. Zij willen een plek bieden. Anderen zoeken eerst naar meer kennis en deskundigheid. Ze voelen zich onzeker in de ondersteuning op de werkvloer of hebben een bepaald beeld van mensen met een beperking. Daarom organiseren we in februari een training voor hen en na een match met een deelnemer ondersteunen we nog een tijdje op de werkvloer.

Wie zijn we?
Naast Movisie en MEE IJsseloevers werken de Vrijwilligers en Mantelzorg Centrale Almere en zorgaanbieder Interaktcontour mee aan dit project. Dat maakt het ook zo leuk vind ik; samenwerken met andere organisaties! Naast Almere is er ook eenzelfde project in Deventer en in Noord-Holland bij Heliomare.

Terug naar mijn reis. Door kleurrijk Almere loop ik naar de vergaderlocatie. Daar tref ik enthousiaste trainers aan. De eerste deelnemers hebben de training afgesloten en geëvalueerd.
Ze zijn heel positief over de inhoud en over de attitude en kennis van de trainers. We genieten samen van het moment. Op naar het matchen! We weten dat hierbij ook wel wat hobbels te nemen zijn. Er zijn onverwachte problemen met de gezondheid van deelnemers, maar we blijven positief en verdelen de taken.

In de trein richting Zwolle, laat ik mijn gedachten gaan over dit project. De komende tijd zal ik mail voorbij zien komen over de matches en over de start van een tweede groep deelnemers. Er is veel vraag naar meer vrijwilligers en bij veel mensen met een beperking is er een wens om vrijwilligerswerk te doen. Vrijwilligersorganisaties denken misschien niet direct aan een vrijwilliger met een beperking en de omgeving van mensen met een beperking zijn niet altijd stimulerend aanwezig. Kansen en uitdagingen om vraag en aanbod bij elkaar te brengen wat mij betreft. Talenten samen benutten. Buiten stormt het en razen de wolken voorbij. Bij mij schijnt het zonnetje.

Meer weten over Talenten samen Benutten? Neem contact op met Tini Doorenweerd, T 088 633 0633 projectmedewerker team Training & Consultancy,  MEE IJsseloevers/MEE Veluwe.

Video interactiebegeleiding: beelden zeggen meer dan woorden – Annemiek de Jong

24, mrt, 2015

Annemiek de Jong, Trainer, AIT opleidingscoördinator VHT en VIB

Video interactiebegeleiding: beelden zeggen meer dan woorden

Tijdens een Werk Ontwikkelings Kring (WOK) voor geschoolde professionals in de methodiek van de Video hometraining (VHT) en Video interactiebegeleiding (VIB) staan we, via beeld-voor-beeld analyse, stil bij de vragen van de deelnemers. De bijeenkomst vindt plaats onder supervisie van Annemiek de Jong, opleidingscoördinator VHT en VIB. Een coach uit de gehandicaptenzorg brengt de volgende vraag in: “Hoe kan ik een pedagogisch medewerker ondersteunen in de omgang en het contact maken met een volwassen cliënt met wie het contact vaak zeer moeizaam verloopt? Hij is vaak boos, loopt de ruimtes uit en is heel fysiek naar het personeel.”

Het beeld gaat aan. We zien een groepssituatie waarbij de volwassen cliënten samen met de begeleiding aan tafel zullen gaan voor wat drinken met wat lekkers. Een dagelijks terugkerend ritueel met wisselend succes. Eén van de cliënten zit op de bank in de ruimte, beweegt heen en weer en slaat met zijn handen tegen zijn hoofd. Hij maakt daarbij kreunende geluiden. De begeleidster staat op 3 meter afstand, kijkt zijn richting op en roept vriendelijk zijn naam met de vraag of hij haar wil helpen met tafeldekken. Geen reactie, het lijkt op het eerste gezicht dat hij haar niet hoort. De man beweegt steeds onrustiger heen en weer. Dan loopt de begeleidster naar hem toe, noemt weer zijn naam en gaat rustig naast hem zitten. Hij kijkt haar richting op, stopt met bewegen en pakt haar hand stevig beet. Zij blijft rustig tegen hem praten en we zien hem zijn hoofd heel even op haar schouder leggen. Vervolgens benoemt de leidster dat zij samen de tafel gaan dekken, maakt het bijbehorende gebaar en wijst naar de bekers en de tafel. Dan staat zij op met een uitnodigende houding. De cliënt staat ook op en loopt met haar mee, terwijl hij dicht naast haar blijft.

Analyse
Het beeld wordt stopgezet. We hebben niet meer dan een minuut gekeken. De kijkers reageren met “wat valt er veel te zien!”. Het fragment wordt terug gespoeld en de inbrenger start met de analyse van de beelden. We bekijken welke contact-initiatieven er genomen worden, wie dat doet, op welke toon en met welke houding. Vervolgens kijken wat het effect hiervan is op de ander. Na het beeld enkele keren opnieuw teruggespoeld te hebben ontdekken we dat wanneer de begeleidster op afstand zijn naam noemt, hij wel degelijk even vluchtig en met een angstige blik haar kant op kijkt waarna hij weer hard heen en weer gaat wiebelen. Op het moment dat de leidster naast hem zit zien we de ontspanning op zijn gezicht en in zijn houding. Een geslaagd contactmoment waarbij de leidster intuïtief lijkt te hebben aangevoeld wat hij van haar nodig had.

Prettig contact
De coach is blij met deze ontdekking in het fragment en is vastbesloten dit fragment met de begeleidster te bespreken om ook haar te laten ontdekken welke communicatieve vaardigheden zij heeft ingezet om het contact met deze cliënt prettig te laten verlopen. Zij geeft tevens aan dat de beeld-voor-beeldanalyse haar weer scherpt in het ontdekken van antwoorden op de vragen.

Meer informatie
Meer weten op de Opleiding Video hometraining of Video interactiebegeleiding, Nascholing of Training effectief communiceren? Neem gerust contact op met:

Annemiek de Jong
Consulent MEE Veluwe/lid wijkteam Apeldoorn NO
Trainer, AIT opleidingscoördinator VHT en VIB en Aandachtsfunctionaris Autisme
T 055 526 9200

Sociale Netwerk Versterking in de praktijk

23, mrt, 2015

Door Jacquelien Siebrand, consulent MEE IJsseloevers

Mevrouw P heeft de diagnose ASS (Autisme Spectrum Stoornis) en daarbij heel veel medische problemen. Ze heeft wekelijks bezoeken aan het ziekenhuis en is elke dag druk met organiseren, van apotheek tot spullen bestellen om te katheteriseren. Ze heeft problemen met het houden van overzicht omdat het erg veel is. In het eerste gesprek blijkt dat mevrouw weinig kan omdat ze beperkt is door het dragen van een korset. Ze geeft aan dat het aantrekken van steunkousen en het korset te zwaar wordt. Ze heeft een partner die vier dagen in de week werkt en ze vertelt dat er veel spanningen in de relatie zijn, doordat het met haar steeds slechter gaat en hij het hele huishouden moet doen. En ook nog eens de dieren (twee honden en drie katten) moet verzorgen.

Ik stel voor om samen met haar partner alles eens in kaart te brengen; waar sta je nu, waar wil je heen, wat gaat er goed en wat wil je bereiken? Hoe ziet je dag er dan uit en waar ben je dan mee bezig? Ik merkte dat het lastig was voor haar om een beeld te krijgen van wat de bedoeling was. En, gaf ze aan, lastig om ook haar man erbij te betrekken. Die denkt toch anders over de zaak, zei ze. Toch liet ze zich verleiden en stemde ze in met een afspraak op een tijdstip dat haar man ook thuis zou zijn. Helaas op een vrije dag van mij…..maar dat is wat de situatie nu vraagt: flexibel zijn!

Het is bijzonder hoe ik mezelf telkens nog betrap op vooroordelen. Ik had al een beeld gevormd van de man die ik zou gaan ontmoeten. Dit naar aanleiding van het verhaal van mevrouw. Ik dacht dat meneer niet echt bereidwillig zou zijn en me ervan zou gaan overtuigen dat er snel huishoudelijke hulp moest komen, en begeleiding voor mevrouw. Het lukte me om met een open houding de schaalvragen te stellen. En ik werd verrast door de positieve houding van meneer.

Wel merkte ik wederom dat het voor mensen met ASS toch lastig is een cijfer te geven, omdat het ene aspect van het leven matig is, het andere voldoende en zo moet er dan weer een gemiddelde gegeven worden. Meneer kon heel snel zijn cijfer noteren en later ook toelichten. Mevrouw had meer tijd nodig en liet zich telkens leiden door in problemen en belemmeringen te praten. Ik herhaalde vaak de vraag: en waar word je blij van, wat gaat goed? Zo ook bij de cirkeltechniek. Lastig, wat schrijf je dan op. Problemen genoeg, kun je vele briefjes mee vullen, maar kwaliteiten? Totdat meneer een paar voorbeelden gaf. Hij had zelf al een paar dingen opgeschreven en even later lukt het mevrouw ook om de goede dingen op papier te zetten. Ze plakte ze op en ik zag meteen een ontspannen en blij gezicht. Ze kon vertellen dat ze administratief heel sterk is, goed kan notuleren en teksten schrijven. Ook de briefjes met ‘creatief’ en ‘muzikaal’ werden opgeplakt. Wel meteen met de opmerking “maar door alle problemen is er geen ruimte meer voor”.

Toen ze later in concrete termen gingen opschrijven wat er in het cijfer zit, waar ze over een half jaar zou willen zijn, kwamen er zeer concrete en verassende punten. Zo gaven ze beiden aan dat ze een leger huis willen. Er staan zoveel spullen, in alle kamers opgestapeld, dat er geen ruimte meer is om hobby’s uit te voeren.

En telkens noemde mevrouw weer waarom het niet anders kan en waarom het is zoals het is. Ik heb vaak herhaald dat het inzoomen op problemen en belemmeringen ‘verlammend’ werkt en het bekijken van mogelijkheden ‘beweging’ in gang zet. Na een tijdje gaf ze zelf aan dat ze blij wordt bij de gedachte aan wat er nog wél kan. Ze wil graag weer zwemmen en samen willen ze meer tijd met elkaar. Er werd besproken wat ze nog wél samen kunnen doen. Ook werd het gevoelige punt besproken dat de vele dieren veel zorg en aandacht vragen. En ze concludeerden samen dat alleen het regelen van hulp in de huishouding niet hun welbevinden zou vergroten, maar dat daar meer voor nodig was. En dat was een moment waarop ik ook de meedenk bijeenkomst ter sprake kon brengen. Het vragen aan bijvoorbeeld de volwassen kinderen om mee te denken hoe het huis leger kan worden of hoe de administratieve achterstand weer bijgewerkt kon worden. We maakten een nieuwe afspraak om haar netwerk in kaart te brengen. Mevrouw kon het niet laten om toch nog de opmerking te maken: maar we zijn veel vrienden kwijt geraakt…….

“Levensbrede aanpak bij Autisme bespaart Miljoenen”

16, mrt, 2015

Janine Berger, Gedragswetenschapper MEE IJsseloevers en Trainer MEE Samen

“Levensbrede aanpak bij Autisme bespaart miljoenen”. Dat was de kop van een bericht dat ik vanochtend las en waar ik erg vrolijk van werd. Elke euro die geïnvesteerd wordt in een integrale aanpak van de ondersteuning voor mensen met autisme levert vier euro èn meer levensgeluk, eigen regie en maatschappelijke participatie op. Die cijfers kwamen mij bekend voor. Een aantal jaren geleden is er een onderzoek geweest naar de dienstverlening van MEE met vergelijkbare uitkomsten: elke geïnvesteerde euro levert er vier op. Aangezien MEE al jaren uitgaat van nut en noodzaak van een integrale aanpak over verschillende levensgebieden, sluiten deze onderzoeken naadloos op elkaar aan.

Het onderzoek met betrekking tot autisme is een maatschappelijke businesscase, uitgevoerd in opdracht van de Werkgroep Vanuit Autisme Bekeken (www.vanuitautismebekeken.nl, voor wie alles wil lezen). Waarom zijn dit soort onderzoeken zo belangrijk? Ze laten zien dat een bepaalde visie niet alleen mooi klinkt op papier, maar wel degelijk praktisch uitvoerbaar is en tot positieve resultaten leidt. Met een integrale aanpak wordt bedoeld dat er geen losse stukjes aangepakt worden. Een probleem in het leven van een cliënt dient zich zelden geïsoleerd aan. Als het op school niet lekker loopt, heeft dat ook thuis z’n weerslag. Financiële problemen kunnen leiden tot schaamte, het uit de weg gaan van sociale contacten, of juist boosheid en agressie gericht tegen anderen. Het helpt dan vaak niet om te werken aan één aspect: samenhang en samenwerking zijn essentieel.

In de trainingen met betrekking tot autisme die bij MEE gegeven worden, komt altijd aan de orde: autisme is een levenslange kwetsbaarheid. Op sommige momenten in het leven lijkt het autisme “weg” te zijn, maar bij veranderingen of overgangen naar een andere levensfase blijkt dat toch een illusie. Dan is er weer (even) die ondersteuning nodig om samen te zoeken wat er mis ging en wat er nodig is op het leven weer op de rails te krijgen. Levenslang en levensbreed. Geen holle woorden, maar een praktische manier van werken, vanuit de overtuiging dat dat mensen helpt om hun eigen leven te leiden op een manier die bij hen past.

Naast het welzijn van de cliënt is er ook het financiële voordeel. In het onderzoek is berekend dat er op jaarbasis miljoenen te besparen zijn met een levensbrede aanpak. Voor een gemeente met 100.000 inwoners zou het gaan om zes miljoen per jaar. Die zes miljoen komt ten goede aan verschillende overheidspotjes en zit ’m vooral in het binnenboord houden van mensen die dreigen buiten de boot te vallen. Er zijn voorbeelden genoeg te bedenken: voorkoming van schooluitval, ziekteverzuim, werkeloosheidsuitkeringen, crisisopvang. Welke gemeente wil dit nou niet, zou je toch zeggen. Meer tevreden burgers, goed samenwerkende organisaties in het sociaal domein en nog voor minder geld ook! Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar dat is het niet. Het is haalbaar.

Kijk niet alleen naar de korte termijn: wat kost het me vandaag? Zorg dat professionals goed toegerust zijn om breed te onderzoeken wat deze burger nodig heeft. Dat betekent niet dat iedereen overal verstand van moet hebben (je hebt immers ook collega’s, ieder met hun eigen deskundigheid): maar het zit ’m in de houding. En voor wie nu nog niet overtuigd is: de businesscase spreekt de verwachting uit dat deze manier van werken ook goed toepasbaar is op andere groepen kwetsbare burgers en adviseert een brede invoering in het sociaal domein. Hoeveel welzijn en geld levert dat nog meer op?

 

 

 

Bijdrage ervaringsdeskundigen loont – Marloes Wijermars

07, mrt, 2015

Marloes Wijermars, projectmedewerker team Training en Consultancy, MEE Veluwe/MEE IJsseloevers

Eind september startte ik samen met collega Nienke Nijmeijer met een nieuw pilot project. De opdracht luidde als volgt: Stel een poule van +/- 15 ervaringsdeskundigen samen die we kunnen inzetten op de verschillende onderdelen van de dienstverlening van MEE zoals: voorlichtingen, trainingen, en binnen de individuele cliëntondersteuning.

Ik had erg veel zin om aan de slag te gaan met iets nieuws en was blij met de vrijheid die er nog was om dit verder vorm te geven.  Toch was het ook spannend, want hoewel ik ook als consulent heb gewerkt, heb ik vanuit mijn huidige functie als projectmedewerker nog maar zelden één op één gesprekken met cliënten of in dit geval mensen die cliënt zijn geweest of zouden kunnen zijn. Tijdens het eerste gesprek dat ik voerde met één van onze ervaringsdeskundigen, merkte ik op dat het contact toch heel anders is, omdat je vanuit gelijkwaardigheid met elkaar spreekt over wat wij als organisatie te bieden hebben voor de ervaringsdeskundige en andersom welke bijdrage de ervaringsdeskundige kan hebben op de dienstverlening van MEE.

Inmiddels hebben we al met meer dan 15 ervaringsdeskundigen gesproken. In de meeste gevallen mensen die nu al als ervaringsdeskundige betrokken zijn bij verschillende stichtingen en initiatieven. Mensen dus die volop meedoen.

Allemaal hebben ze andere beweegredenen om zich te verbinden aan dit project. De één geeft aan iets te willen betekenen voor mensen die hetzelfde mee hebben gemaakt/meemaken. De ander geeft aan dat ze anderen hoop wil geven met haar verhaal. Ook wordt het delen van ‘tips en adviezen’ genoemd en het vanuit eigen ervaring aan professionals vertellen over wat belangrijk is in omgang en communicatie, etc.

Stuk voor stuk waren het inspirerende gesprekken met mensen die iets positiefs willen met datgeen ze hebben meegemaakt of de diagnose die zij hebben gekregen. De focus ligt op wat ze nog wel kunnen in plaats van op zaken die lastig zijn of ze zijn kwijtgeraakt. Ik ben ervan overtuigd dat inzet van ervaringsdeskundigen een waardevolle toevoeging is op de bestaande dienstverlening en kijk uit naar de verdere vormgeving hiervan!

Meer weten? Neem contact op met Marloes Wijermars, T 088 633 0633 projectmedewerker team Training & Consultancy,  MEE IJsseloevers/MEE Veluwe.