Categorie archieven

Mijn stamkroeg het Tonnetje; toegankelijk voor iedereen (Blog)

06, feb, 2018

Door Ria Brands

Elke woensdagavond hou ik vrij voor mijn schilderavond bij het Vrij Atelier. Schilderen is mijn passie en op die avond kan ik daar heerlijk aan toegeven. Zonder deze avond zou ik er door mijn fulltime baan niet zo aan toe komen.

Na het schilderen drinken we meestal een wijntje in onze stamkroeg. Daar kom je dan vaak dezelfde mensen tegen. Er wordt regelmatig door een vaste groep gebiljart en voetballiefhebbers kijken er op woensdagavond weleens een wedstrijd. Het is er dan een beetje drukker dan normaal. Tegen de tijd dat wij er komen, wordt er flink over de wedstrijd nagepraat als die al is afgelopen. Het is echt zo’n stamkroeg: klinkertjes op de grond waarbij deze erg oneffen wordt. Je ruikt nog af en toe dat er flink gerookt is in het verleden. Bij erge kou gaat er rond de deur een groot fluwelen gordijn dicht. En het is er altijd een beetje schemerig.

In de kroeg loopt ook poes Tonnie rond. Hij is de koning van de kroeg. Hij mag bijna overal komen en springt op de bar, op de tafels of bij de mensen op schoot. Hij krijgt van iedereen genoeg aandacht en als hij naar binnen of buiten wil is er altijd iemand die even de deur voor hem open doet. Een tijd terug was er op het nieuws dat er een nieuw concept was, het kattencafé, ergens in Brabant. Het concept was ook al in Amsterdam en Utrecht. Het concept was overgewaaid uit Japan, Engeland en de verenigde staten, waar het erg populair is. Nu, wij hebben dat concept al jaren in ons dorp.

Wie er ook altijd is, is Francien. Francien is lichamelijk gehandicapt. Zij rijdt in haar elektrische rolstoel overal naar toe, dus ook naar de kroeg. Hoewel de bar niet op haar hoogte is, staat ze met haar rolstoel wel vaak tussen de andere mensen die op de barkrukken zitten. Er is ook hier altijd wel iemand die haar drankje van de barman aan haar doorgeeft. Ze zit daarnaast vaak de biljarters aan te moedigen bij een thuiswedstrijd. Zij spelen op de woensdagavond hun competitie tegen de andere kroegteams. Tonnie, de poes, laat zich graag aaien door Francien en strijkt dan op haar schoot neer.

Op zo’n woensdagavond komen vaak dezelfde mensen. Alleen in de vakanties kan het zijn dat er opeens een invasie is van jeugd die dan door de weeks ook naar de kroeg gaat. En heel soms is er een verdwaalde vakantieganger die het Tonnetje weet te vinden. Als wij binnen komen staat onze vaste tafel al klaar en worden onze drankjes naar ons toe gebracht. Als er wat minder stamgasten zijn dan maken we een praatje met Francien. Ze komt dan even aan onze tafel rijden. En als Francien naar huis gaat is er altijd een bereidwillige stamgast die even de deur voor haar open doet. Er is geen aangepaste wc in de kroeg. Zelfs voor een doorsnee bezoeker is het een avontuur om de wat gedateerde toilet te bezoeken. Maar, Francien heeft geen toilet nodig. Dan rijdt ze wel naar huis, een paar huizen verder in de straat. En zo is Francien helemaal geïntegreerd en vaste stamgast van het Tonnetje.

 

 

 

 

Kleine moeite, groot geluk (Blog)

29, jan, 2018

Door Janine van Loenen

Maatjesproject is een project waarbij we mensen met een beperking stimuleren om zelf een maatje te zijn voor een ander. Dat kan iemand met een beperking zijn, maar dat hoeft niet. Er zijn voor elkaar, de ander ontmoeten, daar gaat het om bij maatjesprojecten. Lees het verhaal van Ingrid, Susan, Karlijn en Bente. 

Alleenstaande moeder Ingrid (28) zingt samen met haar dochter Karlijn (9) in een tv-programma. Wanneer Bente (9) samen met haar moeder Susan (35) deze uitzending bekijkt is er meteen herkenning. “Mama, dat zijn wij! Ik ben even oud als Karlijn en haar moeder zit ook in een rolstoel, net als jij!”. Vanaf dat moment laat dit stel Bente niet meer los. Filmpjes van het optreden worden keer op keer opgezocht en afgespeeld en ze moest en zou dit meisje leren kennen. Na wat zoeken bleken ze ook nog redelijk bij elkaar in de buurt te wonen.

Bente blijft over Ingrid en Karlijn praten. Vooral de herkenbaarheid spreek Bente aan. “Ik ben de enige die een moeder heeft in een rolstoel. Nu is er een ander meisje dat ook zo’n bijzondere moeder heeft!” Karlijn zelf heeft dat ook altijd aangegeven; “Waarom zijn er geen andere moeders in een rolstoel op het schoolplein?”. Beide meiden hebben een ander rolmodel dan bijvoorbeeld vriendinnetjes in de klas.

Als een groupie naar een pretpark
Tijdens een warme zomerdag in 2017 hebben Susan en Bente een moeder-dochteruitje in de stad. De vader van Bente is met haar broertje in een pretpark in de buurt. Halverwege de middag krijgt Susan een appje: “Karlijn is hier met haar moeder en broertje!”. Bente is niet meer te houden en moet en zal naar het pretpark gaan! Daar aangekomen is het toch wel wat moeilijk om Ingrid en Karlijn direct aan te speken. Susan en Bente besluiten om ergens strategisch te gaan staan waardoor ze bijna niet om elkaar heen kunnen. Vooral als twee moeders elkaar moeten passeren in een rolstoel. Grappig genoeg is Ingrid degene die als eerste wat zegt. Ook haar valt het meteen op dat beide gezinssituaties op elkaar lijken. Er wordt een gesprekje aangeknoopt en Karlijn en Bente zijn binnen no time samen door naar de volgende attractie! Ingrid voelt zich nog wat bezwaard: “Vinden jullie het niet erg dat ik zomaar bij jullie gezinsuitje kom inbreken?”. Susan vertelt daarop lachend dat ze zich eigenlijk als een soort van groupie gedragen hebben. Die dag blijkt er meteen een klik te zijn! Tussen de twee jonge dames, tussen de moeders en tussen de jongere broertjes Jesse (4) en Sven (5).

Best Friends Forever (BFF)
Na deze middag in het pretpark worden de bezoekjes uitgebreid. Karlijn en Bente gaan samen naar de musicalschool op maandagmiddag. De hele familie van Susan gaat dan naar Ingrid. De jongens spelen met elkaar als de meiden naar les zijn en na afloop eten ze met elkaar. Ook worden er regelmatig spontane uitjes en ontmoetingen georganiseerd. De vriendschap die er is ontstaan is belangrijk voor Karlijn. Ingrid vertelt dat Karlijn veel vriendinnen heeft. Maar als het tot een uiteindelijk keuze moet komen staat Bente bovenaan. Bente heeft ooit een netwerkcirkel getekend: wie staan er allemaal om je heen in je leven. Karlijn stond is de binnenste cirkel. Bente geeft zelf aan dat Karlijn haar BFF is. Ze vindt Karlijn grappig en ze kletsen veel.

Er voor elkaar zijn
Ook Susan en Ingrid hebben veel gemeen. Waar loop je tegenaan binnen de zorg bijvoorbeeld? Maar ze delen ook veel dingen met elkaar die niet met de rolstoel te maken hebben. Ze zijn een luisterend oor voor elkaar. Bij de geboorte van de jongste zoon van Susan is Ingrid op bezoek geweest is het ziekenhuis. En andersom is Susan er tijdens bezoekuren wanneer Ingrid in het ziekenhuis ligt. Allemaal op basis van gelijkwaardigheid, herkenning en er gewoon zijn voor elkaar.

Eetcafé voor de eenzamen (Blog)

22, jan, 2018

Door Ria Brands

Met mijn moeder (91) en mijn gehandicapte zus (51) ga ik nu al ruim een jaar elke tweede maandag van de maand naar het eetcafé in ons dorp. Er wordt heerlijk gekookt door een heuse kok die dat samen met zijn vrouw vrijwillig doet. Altijd een zelf getrokken soepje vooraf, dan een uitgebreide maaltijd, een dessert (niet zijn grootste passie) en ter afsluiting een kopje koffie of thee met een koekje. Vor een bedrag van 7 euro. Het eetcafé wordt in samenwerking met vier organisaties georganiseerd. Een welzijnsorganisatie, een zorgorganisatie voor ouderen en twee zorgorganisaties voor verstandelijk beperkten.

Er komen elke maandag ongeveer 50 mensen naar het eetcafé. In het begin bleken veel groepjes naar het eetcafé te komen. De organisatie vond dat lastig en bedacht de regel dat als je binnen komt je een gekleurd kaartje krijgt en dan naar de tafel moet waar die kleur ook ligt. Bij de introductie van dit systeem was er veel weerstand. Zo ook bij mijn moeder die weinig uit eten gaat en graag zelf wil kiezen waar ze zit. Zo komt er ook een vriendin van haar die ze niet meer zo vaak ziet omdat ze beiden slecht ter been zijn. Ze is dan blij om deze vriendin op het eetcafé weer tegen te komen en bij haar te kunnen zitten. Na wat aandringen heb ik voor elkaar dat ik in ieder geval bij mijn moeder en zus kan zitten op zo’n avond. Verder verbaas ik me er dan over dat zoveel bezoekers het maar over zich heen laten komen en er niets van durven te zeggen.

Het was september en zoals elke keer werd de avond door een van de organiserende partijen geopend. Met grote verbazing hoorde ik aan wat er gezegd werd. Dat het goed was dat door de regel van gekleurde briefjes nu niet meer die groepjes (ouderen) kwamen die bij elkaar wilden zitten. Dat dit een eetcafé voor de eenzamen was (?) met de bedoeling om elkaar beter te leren kennen. En daarom was het onderwerp waar we over moesten praten vanavond: de vakantie. Waar ben je deze vakantie naar toe geweest? Ik kijk mijn tafel rond en vroeg wie er op vakantie was geweest. Het zijn ouderen van over de 80 jaar en enkele verstandelijk gehandicapten. Nee, niemand was weggeweest. Dit onderwerp had totaal geen aansluiting bij de doelgroep van het eetcafé.

Na deze keer werd er gelukkig geen onderwerp meer voor het gesprek aan tafel gegeven. De koks doen hun werk uitstekend. Er zijn enkele vrijwilligers die al de hele middag bezig zijn om alles voor de koks te snijden en te zorgen dat de tafels gedekt zijn. Langzamerhand is er een vast groepje vrijwilligers. Elke keer is het weer een puzzel voor ze hoeveel schaaltjes waar neergezet moeten worden. Maar er begint iets van routine plaats te vinden. Tot vorige maand. Er was een heus muziekgezelschapje uitgenodigd en terwijl we binnen kwamen werd ons verteld dat de avond tot half 10 duurde i.p.v. 8 uur. Klein probleempje was dat ze dat vergeten waren om van te voren aan de deelnemers te melden. Zo moesten (wilden) toch verschillende mensen eerder weg. En, niet onbelangrijk, is dit wat we willen? Het is een eetcafé, geen feestavond. En andere activiteiten vragen wellicht om een andere doelgroep of tenminste de vraag of we hier op zitten te wachten.

Ik zie de goede bedoeling wel. Alleen, ook hier zie ik dat effectief communiceren nog wel een dingetje is voor de meeste mensen. Echt aansluiten bij de doelgroep.

 

 

In de loge van het Theaterhotel Almelo (Blog)

17, jan, 2018

Door Ria Brands

Een paar maanden geleden was de Van Koetsveldlezing 2017. Samen met twee ervaringsdeskundigen, Geert (in rolstoel) en Letty, verzorgde ik een werkplaats over waardigheid. Enkele jaren geleden was de lezing ook in Almelo en ik had wist uit ervaring dat we niet overal met een rolstoel in het theater konden komen. Zo kon je met een rolstoel niet voor in de zaal komen. Dat was toen wel heel vervelend. De 300 deelnemers zaten allemaal in de zaal, waar plaats is voor 800 mensen, maar de rolstoeler moest op het balkon plaatsnemen. We zaten toen met enkele mensen best geïsoleerd van de rest. Ook werd de werkplaats in een ruimte gehouden waar we niet met een rolstoel konden komen en moest op het laatste moment nog van ruimte gewisseld worden. Lastig was dat.

Dus deze keer had ik van te voren aangegeven dat één van de ervaringsdeskundigen in een rolstoel zat en ik had gevraagd of ze inmiddels de toegankelijkheid van het theater beter hadden geregeld. Ze stelden mij gerust dat de werkplaatsruimte te bereiken was met een rolstoel en ook voor de zaal hadden ze prachtige plekken voor rolstoelers. We hadden er zin in. Geert, Letty en ik hadden ons goed voorbereid en waren lekker op tijd in onze werkplaatszaal om alles nog even goed door te nemen. Daarna genoten we van een heerlijke lunch in de foyer van het theater terwijl de deelnemers binnenstroomden.

Er waren meer rolstoelers dan de vorige keer. Bij andere organisaties wordt ook steeds meer met ervaringsdeskundigen gewerkt. Na de lunch begon eerst de centrale lezing in de grote zaal. De stroom mensen ging naar de ingang en de vier rolstoelers moesten via de speciale lift naar boven. Die ging niet erg snel en er kon maar één rolstoel per keer in. Om te kijken waar we moesten zijn ging ik alvast via de trap naar boven. Op de eerste etage was niemand te zien. Op de tweede etage zag ik ook niemand en ik liep naar de lift. Die ging open en er stond een rolstoeler in. De begeleider was ergens uitgestapt om de weg te vragen en had hem in de lift laten staan. Intussen stonden er nog drie rolstoelers in de wachtrij beneden. Eindelijk sprak ik beneden iemand die zei dat we op de eerste etage moesten zijn. Bij de lift zag ik dat Letty en Geert daar inmiddels niet meer stonden en al weg waren. Dus ik ging ik naar de eerste etage op zoek naar hen. Redelijk geagiteerd kwam ik het eerste hokje binnen waar de rolstoelers mochten zitten. Ik had het zweet op de rug van mijn avontuur om op de goede plek te komen. Er stonden twee rolstoelers, maar geen Geert. Dus op naar het volgende hokje. Ja, daar waren ze. De voorzitter had op het podium de bijeenkomst al geopend, terwijl wij nog aan het installeren waren met rolstoelen en begeleiding. Voor ons waren de eerste 20 rijen leeg. Alle bezoekers zaten voorin. Ik vond het een groot gat tot de rest van het gezelschap.

“Stoppen ze ons in een hokje”, mopperde ik tegen Geert en Letty. “Ver van al de andere deelnemers”. Letty kijkt me verbaasd aan. “We zitten in de loge van het theater. Kijk eens wat een mooie plek we hebben”, zei ze. “We zijn hier netjes naar toe begeleid”, voegde ze er aan toe. En Geert beaamde dat. Even zo’n momentje dat ik bewondering heb hoe Geert en Letty in het leven staan. Dankbaar voor de dingen die op hun pad komen en de hulp die er voor hun is. En een hokje tot een loge kunnen omtoveren!

Het belang van een maatje hebben en een maatje zijn (Blog)

08, jan, 2018

Door Leonie Muiderman, ervaringsdeskundige Ervaar MEE

Een tijdje terug vroeg Daphne me of ik bij haar diploma-uitreiking wilde zijn. Op het moment dat ik in haar leven kwam, was ze net begonnen aan haar vierde leerjaar op de havo. Ze had het niet naar haar zin op school, vond het lastig om contacten te leggen en hikte nog behoorlijk aan tegen de twee jaren dat ze nog voor zich had liggen wat het afronden van haar havo betreft. En nu was het dan eindelijk zover: Daphne kon haar havodiploma in ontvangst gaan nemen. Natuurlijk wilde ik hier dolgraag bij zijn.

Via het programma Mentor Support aan de VU te Amsterdam, ben ik in 2015 met Daphne in contact gekomen. Ze was op dat moment een meisje van 15 jaar en vond het ingewikkeld om contacten op te bouwen met leeftijdsgenoten in haar woonplaats aangezien ze iedere dag ca. 90 km moest afleggen met de taxi om naar school te gaan. Dat komt omdat ze op een speciale school in Zeist zat voor visueel gehandicapten (ze is vanaf haar geboorte blind). Hierdoor was ze lange dagen van huis en had ze weinig energie over om na school contacten te onderhouden in de buurt of te sporten. Door middel van Mentor Support hebben we wekelijks contact met elkaar gehad en kon ze haar verhaal aan me kwijt. Daarbij hebben we ook iedere maand een activiteit ondernomen om te werken aan haar zelfstandigheid. Zo hebben we samen contact gelegd met het buurtcentrum in haar woonplaats en met een ander Mentor Support koppel. Ook hebben we een aantal keer met het openbaar vervoer gereisd. Want daar sta je niet bij stil als goedziende, maar dit vereist een goede voorbereiding, een portie durf en doorzettingsvermogen. Uiteindelijk hebben Daphne en ik een goede band met elkaar opgebouwd.

Ook ben ik via het maatjesproject van stichting de Kap in Apeldoorn aan een man gekoppeld met PDD NOS. Ik heb deze man gedurende een periode ondersteund bij het in kaart brengen van zijn sociale netwerk. Hij heeft mijn luisterend oor als fijne steun ervaren. Het geeft me voldoening om een helpende hand of luisterend oor te bieden aan mensen die het goed kunnen gebruiken om uit een sociaal isolement te komen. Ik weet hoe fijn het is om hier een helpende hand in te krijgen. In 2001 ben ik – als 17-jarige – in een achtbaan van emoties, verandering en verlies van lichaamsfuncties verzeilt geraakt. Dit doordat ik nog geen maand na mijn 17e verjaardag te horen kreeg dat ik een tumor in mijn hersenen had waar ik direct aan geopereerd moest worden. Mijn leven en dat van mijn familie, stond op z’n kop. En daarna is mijn leven nooit meer geworden wat het ooit is geweest. Ik moest om leren gaan met verschillende beperkingen. Dit maakte dat ik me enorm eenzaam ging voelen, omdat het leven van mijn leeftijdsgenoten en van mij steeds verder van elkaar af kwamen te staan. Op dat moment heb ik – toen nog met de hulp van mijn ouders – contact gezocht met een maatjesproject in Apeldoorn. Ik heb toen een jaar lang contact gehad met een meisje dat een jaar ouder is dan ik ben. We hebben regelmatig activiteiten ondernomen om een start te maken aan het opbouwen van mijn zelfvertrouwen. Ook ik kijk terug op een fijne tijd met haar.  Zij heeft me enorm geholpen met het er alleen al voor me zijn. Ik weet hoe belangrijk dit is en daarom heb ik ook met veel plezier de bovenstaande mensen geholpen in een lastige periode in hun leven.

Niet de handicap veroorzaakt problemen, maar de wijze waarop onze samenleving is ingericht (Blog)

08, jan, 2018

Door Anja Wouters , Adviseur Inclusie en Projectleider MEE Samen

Mensen met een beperking doen nog onvoldoende mee in de Nederlandse samenleving. Dat staat in een rapport van het College voor de Rechten van de Mens, dat onlangs is aangeboden aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Gehandicapten ondervinden grote belemmeringen op het gebied van arbeid, zelfstandig wonen, onderwijs en toegankelijkheid van openbare ruimten.

In Nederland wonen minstens twee miljoen mensen met een beperking. Dat zijn bijvoorbeeld mensen in een rolstoel, maar ook mensen die doof, slechtziend of blind zijn. Of een verstandelijke of psychische beperking hebben. En ook mensen met dyslexie, taalproblemen, autisme of een chronische aandoening hebben een beperking waarmee volgens het VN-verdrag rekening moet worden gehouden.

Het vinden van werk is een van de grootste problemen. Zo hadden mensen met een beperking in 2015 en 2016 twee keer zo vaak geen werk dan mensen zonder beperking. En uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de helft van de bedrijven niet van plan is om mensen met een beperking in dienst te nemen. Werkgevers vinden het vaak gedoe om gehandicapten in dienst te nemen, omdat procedures voor extra voorzieningen vaak ingewikkeld zijn en lang duren.

Bedrijven zouden wel meer willen werken met mensen met een beperking, maar vinden het moeilijk om inzicht in personeel met een beperking te krijgen. Vragen die zij vaak hebben, zijn: waar vind ik mensen met een beperking en wat kunnen ze? Ook is het onduidelijk welke risico’s het aannemen van een werknemer met een beperking met zich meebrengen, zoals uitval door ziekte of inzetten van begeleiding. Het wordt heel moeilijk gemaakt voor mensen met een beperking. Sommige bedrijven geven aan dat er geen geschikte functies zijn of geen nieuwe medewerkers nodig zijn. Ook zou er te weinig capaciteit zijn om de medewerkers met een beperking goed te begeleiden. Werkgevers kennen ook vaak de regelingen niet die er zijn voor deze doelgroep, zoals loonkostensubsidie of de no-riskregeling bij ziekte. Verder worden Wajongers per 1 januari 2018 gekort op hun uitkering. In plaats van 75 procent van het minimumloon krijgen ze nog maar 70 procent. Daar kunnen zij niet van rondkomen, want vanwege hun handicap, hebben zij vaak veel extra kosten.

De meeste bedrijven voelen zich wel verantwoordelijk voor het in dienst nemen van mensen met een beperking, maar vaak worden er geen concrete maatregelen genomen om dat ook mogelijk te maken. Er worden niet genoeg banen gecreëerd. Eerder heeft het kabinet afgesproken dat er tot 2026 in totaal 125.000 banen voor gehandicapten bij moeten komen: 25.000 bij de overheid en 100.000 bij andere werkgevers.

Ashley Bakker uit Dordrecht vertelt: “Ik ben doof geboren, maar ik kan 70 procent horen dankzij een gehoorapparaat. Toch moet ik maandenlang solliciteren en ik heb geen recht op Wajong. Telkens word ik afgewezen omdat ik doof ben. Ik kan prima horen en praten, daar heb ik jarenlang voor moeten oefenen. Maar tevergeefs. Ik ben niet de enige dove in Nederland die gemotiveerd is om een baan te vinden. De werkgevers moeten ons een kans geven.” Helaas wordt Ashley beoordeeld op haar beperking. “Mensen met een beperking moeten ook gewoon als arbeidskracht worden gezien. Doven en blinden hebben geen andere beperking dan dat ze niet kunnen horen of zien. Ze hebben evenveel lerend vermogen als ieder ander, dus ze zouden net zo ver moeten kunnen komen. We moeten er als samenleving voor zorgen dat mensen met een beperking volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Niet de handicap veroorzaakt problemen, maar de wijze waarop onze samenleving is ingericht. Dit vergt aanpassingen van ons allemaal”, aldus Ashley.

Voor mensen die ondersteuning willen om deelname op het gebied van werk, onderwijs, wonen, omgaan met geld en vrije tijd mogelijk te maken, biedt een Toekomstcoach een goede uitkomst. Ondersteuning door de Toekomstcoach zorgt ervoor dat mensen, die door hun beperking afstand tot de arbeidsmarkt ervaren, niet tussen wal en schip raken en weten waar ze terecht kunnen met hun vragen. De Toekomstcoach brengt alle vraagstukken (ook bijvoorbeeld in de thuis- of financiële situatie) in beeld, kijkt naar wat er wel kan en zorgt ervoor dat mensen hulp uit hun omgeving of professionele zorg krijgen als dat nodig is. De Toekomstcoach is de verbindende schakel tussen alle betrokken partijen, ook de (mogelijke) werkgever, hulpverleningsinstanties en naasten. Hierdoor kunnen problemen worden opgelost en voorkomen. Mensen zitten hierdoor beter in hun vel en hebben meer toekomstperspectief!

Meer informatie over de Toekomstcoach

Hannie heeft haar eigen stijl (Blog)

27, nov, 2017

De grote kerk in ons dorp werd 15 jaar geleden gerenoveerd. Door een commissie van die kerk werd een grote schilder- en tekenwedstrijd uitgeschreven. De vraag was om de grote kerk te schilderen of te tekenen. Als de kerk weer open ging zouden de kunstwerken geëxposeerd worden. Mijn zus Hannie las de oproep en was meteen enthousiast. Ze ging aan de slag met haar pen en papier.

Ze was er best eventjes mee bezig. Uiteindelijk maakte ze een mooie pentekening op haar karakteristieke manier. En deze tekening werd ingestuurd. Na enkele weken kreeg Hannie bericht. Ze was tweede geworden en had een prijs gewonnen. Er werd een datum afgesproken waarop de jury de prijs zou komen brengen. Hannie was in haar nopjes. Ze had er lang aan gewerkt en die moeite werd nu beloond met een prijs!

Op de dag van de afspraak ging de deurbel en stonden twee juryleden voor de deur. Mijn moeder deed open en ze vroegen naar Hannie. Die kwam er al gauw aan. De juryleden werden even stil. Want Hannie heeft duidelijk het syndroom van Down, wat de jury niet verwacht had. Er was ook geen hokje geweest om aan te vinken of je een beperking had. Ze stonden versteld. Zonder te weten dat Hannie een beperking had, hadden ze haar de tweede prijs toegekend. Het juryrapport loog er niet om. Met haar eigen stijl en de bijzondere manier van neerzetten van de grote kerk etc etc. had ze de prijs gewonnen. Mijn moeder was apetrots. Hannie hoorde er bij!

Ik vroeg me toen af of het anders gewogen zou zijn geweest als ze hadden geweten dat Hannie het syndroom van Down had. Hadden ze dan nog objectief naar haar tekening kunnen kijken? Hannie heeft vele kleurplaten voor winkels ingekleurd tijdens Sint, Pasen of andere acties. Dan hadden we de neiging om naast haar leeftijd wel neer te zetten dat ze een beperking had. Ze was immers duidelijk te oud om mee te doen als ze haar leeftijd in moest vullen, maar voor haar beleving niet. Dus een beetje omgekeerde discriminatie. Ze heeft trouwens voor al die kleurplaten nooit een prijs gekregen.

Maar voor haar tekening in eigen stijl van de grote kerk heeft ze die wel ontvangen. En nu hoorde ik dat een van haar andere kunstwerken uitgekozen is voor de tentoonstelling Buitengewoon Stijlvol in de Galerie Special Arts aan de Zonnehof in Amersfoort. Een tentoonstelling met eigentijdse kunstwerken met verwantschap aan de Stijl die te zien is van oktober 2017 tot en met 8 januari 2018. Ik ben trots op die zus van me!

Ria Brands

Aan tafel bij prinses Laurentien om OV voor mensen met een beperking te verbeteren

06, sep, 2017

Vanwege mijn lichamelijke beperking ben ik volledig afhankelijk van een rolstoel. Ik kan hierdoor geen auto besturen. De afgelopen jaren heb ik dan ook zelf ervaren hoe belangrijk het is om zelfstandig te kunnen reizen. Om deze reden ben ik erg gemotiveerd om het gesprek aan te gaan om het Openbaar Vervoer (OV) voor mensen met een beperking nog beter en toegankelijker kunnen maken.

Op 3 juli reisde ik voor MEE naar Den Haag om bij prinses Laurentien te praten over het verbeteren van het OV voor mensen met een beperking. Ook OV-bedrijven en landelijke en regionale overheden schoven aan tafel aan voor een gezamenlijke aanpak. Dat het OV voor mensen met een beperking beter kan bleek uit de rectificatie van het VN-verdrag voor mensen met een beperking. Aanleiding dus voor dit ‘kwetsbaar- vervoer-diner’.

Enquêtes
Het was een mooie inspirerende avond waarin alle betrokkenen gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat er nog een behoorlijk aantal punten verbeterd moeten worden als we willen dat er meer mensen met een handicap met het OV kunnen gaan reizen. Om de verbeterpunten in kaart te brengen lanceerde MEE onlangs een enquête voor mensen met een beperking een enquête voor zorgprofessionals. Het invullen of delen van deze enquêtes in uw netwerk stel ik erg op prijs. Dit kan nog tot 15 september a.s.

Richtlijnen voor OV-bedrijven
Ons gezamenlijke doel is om richtlijnen op te stellen voor OV-bedrijven, zodat het voor mensen met een beperking ook mogelijk wordt om met het OV te reizen Het ministerie van VWS heeft al aangegeven dat zij openstaan voor deze feedback en ze zijn bereid om hier richting de OV-bedrijven iets mee te doen. Over een aantal weken zullen de mensen die op 3 juli bij elkaar waren weer bij elkaar komen om te kijken hoe wij gezamenlijk aan de slag gaan met de uitkomsten van de enquêtes. We willen op praktisch niveau en in de uitvoering echt dingen veranderen die de toegankelijkheid in het OV voor mensen met een beperking ten goede komen.

Patrick Schmidt
MEE Team Training & consultancy

Met elkaar uit elkaar, over (vecht)scheidingen

12, jun, 2017

Door Marieke Schoonderwoerd, projectleider, MEE Veluwe en MEE IJsseloevers

Het project ‘Met elkaar uit elkaar’ is onlangs afgerond. Een project met als doel de samenwerking van professionals die betrokken zijn bij scheidingen te verbeteren. En wat blijkt; samenwerken is niet altijd makkelijk!

Wat een titel! Wil je nu uit elkaar of niet? En als je uit elkaar gaat, waarom moet dat dan met elkaar? Vaag…. Ouders die gaan scheiden, zijn geen partners meer, maar ex-partners. Ouders die gaan scheiden, zijn geen samenwonende ouders meer, maar ze zijn nog wél ouders. Dus al gaan ze uit elkaar, ze zijn nog steeds met elkaar.

En wat dan met de hulpverleners, de intern begeleiders van de school, de huisarts, de wijkteammedewerker, de advocaat en de rechter die met deze ouders en hun kinderen te maken hebben? Wat met de ene advocaat die de vader steunt, wat met de andere advocaat die de moeder steunt? Wat met de leraar of de  jeugdzorgmedewerker die het kind steunt? Werken die met elkaar? Of werken die ook gescheiden, zijn die ook ‘uit elkaar’?

Lees ook het interview met familierechter Hein Schröder

In het systemisch werk -waar ik in geschoold ben- wordt gezegd dat je de dynamiek van het hoofdonderwerp van je werk bij het werk naar binnen haalt. Dat zou betekenen dat de dynamiek die bij scheidingen een rol speelt, ook naar boven komt bij professionals die bij scheidingen ondersteunen.

Zo is het ook. Advocaten en rechters vinden dat hulpverleners escalerend werken. Hulpverleners vinden dat advocaten escalerend werken. Net als die vader en die moeder in die complexe scheiding dat van elkaar vinden. Scholen vinden dat ze onvoldoende door de hulpverlening worden ondersteund en gezien, net zoals het kind in de scheiding dat soms ondervindt.

Samenwerken is inderdaad nog niet altijd makkelijk! Het project ‘Met elkaar uit elkaar’ heeft dit op een mooie manier in beeld gebracht; en gelukkig een stuk genuanceerder dan ik hierboven heb beschreven. Het houdt de spiegel voor aan de betrokken professionals, opdat ze van elkaar kunnen leren. En, omdat niets menselijks de professional vreemd is, leren ook de professionals met vallen en opstaan. Net zoals de ouders.

Voor iedereen die meer wil weten: ga naar www.met-elkaar-uit-elkaar.nl
Email: m.schoonderwoerd@meeijsseloevers.nl

 

 

 

Netwerk, ik ben het woord zat!

10, mei, 2017

Esther Jager, Kantelcoach MEE Samen
Mei 2017

“Mijn netwerk doet al wat het kan”. “Heeft u een sociaal netwerk?” “Wat als er geen netwerk is?” “Ik heb geen netwerk”. Deze opmerkingen kom ik veel tegen in mijn rol als kantelcoach bij sociaal teams.

De zorg moet goedkoper, dus vrijwilliger, mantelzorger, netwerk, kom maar op! De inwoner weet dit ook en dekt zich in, haalt foto´s van de muur of is bang dat hij teveel over het eventuele netwerk zegt, omdat het tegen hem gebruikt kan worden. Beroepskrachten moeten er naar informeren, het staat expliciet in het format, waarna ze blij zijn af te kunnen vinken het netwerk ter sprake te hebben gebracht. De gedachte leeft dat het netwerk veel moet doen en groot moet zijn. Netwerk zou de oplossing zijn in transformerend Nederland.

Beroepskrachten en inwoners zijn het woord netwerk zat. Het is een naar woord geworden. Zou dat de bedoeling zijn geweest van de transformatie? We hebben geen invloed op het al dan niet aanwezig zijn van een netwerk; we hebben invloed op hoe we het bespreekbaar maken. Dat vraagt dus om een mindset bij jou als werker in het sociaal domein en als medeburger.

En hoe doe je dat dan?

  • Gun jezelf de tijd om te luisteren naar wat iemand te vertellen heeft;
  • Licht het eruit als je al pratende, een persoon hoort noemen;
  • Stel open vragen;
  • Stel je gesprekspartner centraal;
  • Bedenk: het netwerk hoeft niet altijd wat te doen als antwoord op de vraag die er ligt, meedenken is ook al fijn. En, een of twee mensen is ook al netwerk;
  • Heb oog en oor voor het kleine, dat wat er is, is al veel.

Ik zou het onszelf gunnen om het weer leuk te laten zijn om het over netwerk te hebben. Zonder het woord als zodanig te benoemen. Want netwerk is geen doel op zich. Het woord ben ik zat, maar aan de intentie wil ik me maar al te graag verbinden. Het is een manier van samenleven met elkaar om de dingen die goed gaan, goed te blijven laten gaan. En bij een tegenslag te weten bij wie je terecht kunt en wie bij jou terecht kan. Je kunt het afspreken met elkaar omdat dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is. En het neveneffect kan zijn dat de zorg goedkoper wordt, maar dat zien we dan wel weer…