Wmo-cliënten weten cliëntondersteuners nog niet massaal te vinden

Slechts 34 procent van de Wmo-cliënten weet dat zij gebruik kunnen maken van een gratis onafhankelijke cliëntondersteuner. Dat is de uitkomst van de landelijke benchmark die ZorgfocuZ deed onder Nederlandse Wmo-gebruikers. Zonde, want de hulp zelf; die wordt steeds beter gewaardeerd. 

In Nederland hebben we een mooi zorgnetwerk voor mensen die om welke reden dan ook hulp nodig hebben. Het zorgaanbod is echter groot en de regels complex, waardoor het soms moeilijk is om de juiste ondersteuning te vinden en organiseren. Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor inkoop van onafhankelijke cliëntondersteuning voor alle burgers, van jong tot oud, met uitzondering van mensen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Dat deze ondersteuning waardevol is, blijkt uit recent onderzoek van ZorgfocuZ naar de stand van zaken van hulp in de Wmo. In een aantal gemeenten is het recht op het inschakelen van een onafhankelijke cliëntondersteuner echter nog steeds vrij onbekend (bron: Medicalfacts).

De taak om Wmo-cliënten te informeren over het bestaan van gratis cliëntondersteuning, ligt sinds 2015 bij de gemeente. Daar is al het nodige werk in verzet; steeds meer cliënten weten de onafhankelijk cliëntondersteuner te vinden, maar er is zeker nog winst te behalen. Zo slaagt de ene gemeente er met 60% bekendheid redelijk goed in om hun inwoners te informeren, terwijl er in de andere gemeente slechts 20% weet dat er gratis onafhankelijke cliëntondersteuning ingeschakeld kan worden. Hier liggen dus prachtige kansen voor gemeenten én hun kwetsbare inwoners.

Meer weten over onafhankelijke cliëntondersteuning van MEE? Klik hier.

Lees hier het volledige rapport ‘Ervaringen van gebruikers Wmo in Nederlandse gemeenten 2020’

Contact